Suïcidale crisis, suïcidale episode en persisterende suïcidaliteit
摘要
In de richtlijn worden drie typen suïcidaliteit onderscheiden: de suïcidale crisis, de suïcidale episode en persisterende suïcidaliteit. Een crisis is een plotselinge, levensbedreigende toename van suïcidale gedachten of gedrag; de focus ligt op directe veiligheid, snelle stabilisatie, korte diagnostiek rond aanleiding en stressoren, en intensief, betrouwbaar contact. Bij een suïcidale episode is er geen acuut gevaar, maar wel verhoogd risico. Er is meer ruimte voor verdiepende diagnostiek: betekenisgeving, levensgebeurtenissen, patronen in relaties en entrapment. Omgang en behandeling richten zich op behandelen van onderliggende problematiek, versterken van steun en coping, en samen perspectief opbouwen. Bij persisterende suïcidaliteit zijn gedachten langdurig aanwezig en vaak verweven met persoonlijkheids- en levensloopfactoren. Diagnostiek is hier langdurig en relationeel: samen patronen en risicodynamiek volgen. Omgang vraagt volhouden van contact, balanceren tussen nabijheid en begrenzing, en focus op kwaliteit van leven. In alle fasen blijven de vier principes leidend: contact maken en houden, zorgen voor veiligheid, bewaken van continuïteit, en het betrekken van naasten.